Muziek als Objectieve Waarheid - 2

Re: Klank (AF: ‘Waarom gaat muziek volgens jou voornamelijk over klank? En niet bijvoorbeeld over constructie of over andere muziek?’)

PA: Muziek gaat natuurlijk over allerlei dingen, van puur technische zaken tot het verenigen van menselijke gevoelens, van provocatie tot troost en van misbruik voor therapeutische doeleinden tot vormen van politiek handige multiculturele bruggenbouwerij.

Voor mij gaat muziek echter over Klank, of beter gezegd, over ‘luisteren’.

Hierbij moet ik wel onmiddellijk zeggen dat ‘constructie’ en ‘klank’ voor mij één-en-hetzelfde zijn (de klank is in mijn geval letterlijk het gevolg van een formele constructie); samen met ‘notatie’ en ‘onderzoek’ is dat zo’n beetje mijn heilige drie-eenheid. Een constructivist ben ik echter mijn hele leven wel geweest, dat van die klank is pas echt de laatste zes jaar een essentiële rol gaan spelen en ging min of meer samen op met mijn ontwikkeling van puur instrumentale componist tot hoofdzakelijk elektro-akoestische componist. Vanaf dat moment is mijn hele verdere ontwikkeling ook opeens evolutionair verlopen. Daarvóór was ik meer een Vos.

Maar waar het hier echt om draait is dat element het ‘luisteren’. Als ik het woord ‘luisteren’ gebruik bedoel ik dat ook letterlijk: het gebruiken van de oren en niet een of andere ingebouwde grammofoonplaat (dat heeft meer met refereren te maken uiteindelijk: betekenis ontlenen naar aanleiding van een taalgebonden model; ‘als ‘A’ dit is en ‘B’ verwijst naar ‘A’ dan zal de betekenis wel ‘C’ zijn’… en dan maar raden of het ‘ironisch’, ‘sardonisch’ of ‘cynisch’ is bedoeld enz.). Deze laatste vorm van luisteren, wat ik toch echt als een ‘tweede hands’ vorm van luisteren beschouw, is degene waar we doorgaans onze zin van interpretatie aan ontlenen. (In Nederland heeft deze vorm in de jaren ’90 trouwens nog een speciale pendant gekregen in de gedaante van het zogenaamde Grote Luisteren. Als ik dat hoor denk ik altijd “hoezo Groot luisteren als de oren al helemaal vol zitten?” Maar dat terzijde...) Hoe dan ook: niet deze vorm.

Ik denk dat in mijn geval alles uiteindelijk verklaarbaar is vanuit een zoektocht die ik in feite mijn hele leven lang al voer. Een zoektocht naar de werking en betekenis van muziek. Mijn eigen stupiditeit is hierbij mijn voornaamste leidraad: ik wil kunnen begrijpen waar het echt om draait. Aan de basis wel te verstaan; wat is muziek? Hoe werkt muziek? En, wat zijn de universele kenmerken van muziek? En met ‘de basis’ bedoel ik ‘datgene waar alle overbodigheid en aangeleerde cultuur uit gestript is’ (maar daarover in het volgende hoofdstukje meer).

Aan die ‘basis’ blijft er niet zo veel meer over kan ik je vertellen. Maar wát er overblijft is wel onbeschrijfelijk essentieel. Er doet zich daar bovendien de vreemde logica voor, dat naarmate de scope vernauwd lijkt, de mogelijkheden zich oneindig vergroten en een grote weelde opeens weer mogelijk wordt. Niks ‘kaal’, niks pover, een eindeloos universum met een eindeloze rijkdom.

Maar één van die basiselementen is natuurlijk Klank. Het feit dat muziek bestaat bij gratie van trillingen.1 En ik ben er nogal sterk van overtuigd dat die trillingen op een bepaald niveau meer met mensen doen dan alle overgeleverde ‘taal’; ook, en niet in het minst, omdat ze vanzelf, zonder enige dwang, een natuurlijke schoonheid met zich meebrengen. Het is één van de eerste dingen die tot ons spreekt. Op het moment dat ik, via de microtonaliteit, uiteindelijk een manier vond om ‘klank’ een werkelijk componeerbaar element te laten worden was het hek echter van de dam. Vanaf dat moment was klank niet meer ‘orkestratie’, ‘kleur’ of ‘timbre’ maar het simpele resultaat van heel veel zeer kleine intervallen.
En met die ‘simpelheid’ valt het overigens nog wel mee.

Het compositorische betoog speelt zich dan ook op dat niveau af. En daar werken denk ik alleen nog ‘vrije’ oren…

1 Overigens bestaan er in de klassiekemuziekwereld nogal wat misvattingen over de definitie van het fenomeen Klank (of Geluid), of wat het betekent om ‘vanuit klank’ te componeren. Misvattingen die er regelmatig toe leiden dat mensen die eigenlijk met vormen van verfijnde instrumentatie bezig zijn als ‘klankspecialisten’ worden geaccrediteerd. Er is echter een zeer groot verschil tussen ‘vanuit de klank’ componeren – en de traditie waar dat uit voortkomt - en het bedenken van verfijnde instrumentale combinaties; net zoals er een groot verschil is tussen ‘instrumenteren’ en ‘orkestreren’ in de puur instrumentale muziek.
Op een schaal van toenemende abstractie is de correcte volgorde dan ook mijns inziens: instrumentatie (het verdelen van noten over instrumenten, hetzij idiomatisch, hetzij non-idiomatisch) -> orkestratie (het vertalen van klank naar instrumenten; in principe onidiomatisch) -> componeren vanuit geluid (het expliciet werken met de inhoudelijke eigenschappen van klank, zij het akoestica, micro-akoestica of psycho-akoestica enzovoorts; bijna per definitie onidiomatisch en niet per definitie instrumentaal; eveneens sterk verbonden met andere parameters, zoals duur etc.). Dit is voor mij tevens de correcte hiërarchie.
Ik heb uiteraard niet de ijdele hoop dat dit alles voor eens en altijd op zal lossen, maar men kan in elk geval een poging wagen.